Nieuw verschenen: In de schaduw van Schindler

Nieuw verschenen: In de schaduw van Schindler

Zelfs in de donkerste tijden zijn er dappere mensen die hun medemenselijkheid laten prevaleren boven haat en eigenbelang. Terwijl de meeste Duitsers zich afzijdig hielden of de Jodenvervolging actief of passief ondersteunden, behielden sommigen hun menslievendheid en boden hulp aan vervolgden in nood. Een succesvol schrijver en een vrouwelijke dierenarts, een ingenieur en een politiek gevangene, een kapitein van een cruiseschip en een blinde bezemfabrikant. Zij – en ze waren de enigen niet – groeiden stuk voor stuk uit tot onbaatzuchtige mensenredders. Alleen zijn zij, in tegenstelling tot Oskar Schindler, relatief onbekend gebleven.

Wie waren de Duitsers die met gevaar voor eigen leven hun Joodse medemensen hielpen, terwijl de meesten van hun landgenoten de andere kant opkeken of bijdroegen aan de nazimisdaden? Kevin Prenger deed uitgebreid onderzoek en bracht zes ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ bijeen in ‘In de schaduw van Schindler’. Prenger toont aan dat het kwaad niet altijd zegeviert.

Hieronder volgt de inleiding van het boek:


Foto: U.S. National Archives, Washington D.C. / Ingekleurd door: Jurrien Koop

Een doodlopende weg en een boompje

Een straatnaambord bij een doodlopende weg in een buitenwijk ergens in Duitsland en een boompje in Jeruzalem. Veel meer tastbaars is er niet, dat herinnert aan Hermann Friedrich Gräbe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam deze Duitser in Oekraïne honderden Joden in bescherming tegen zijn eigen moordzuchtige landgenoten. De straat die zijn naam draagt bevindt zich in zijn geboorteplaats Gräfrath, tegenwoordig een stadsdeel van Solingen. Het boompje, dat enkele jaren geleden werd geplant ter vervanging van een exemplaar uit 1965, bevindt zich ruim 3.000 kilometer ten zuidoosten van deze locatie. Het groeit in de Tuin van de Rechtvaardigen onder de Volkeren op de westkant van de Herzlberg, ook wel de Herdenkingsberg genoemd. Daar bevindt zich het Israëlische Holocaustherdenkingscentrum Yad Vashem, in 1953 opgericht ter herinnering aan de slachtoffers van de door de nazi’s uitgevoerde Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de Klaagmuur is het Holocaustinstituut de meest bezochte toeristische locatie in Israël. Behalve Joodse slachtoffers worden door Yad Vashem ook niet-Joden herdacht die tijdens de oorlog Joden hebben gered van nazivervolging. Zij worden door het instituut onderscheiden met de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren. Bij die titel horen een erepenning en een oorkonde. Per 1 januari 2021 was deze eer 27.921 personen uit 51 landen ten deel gevallen, waaronder Hermann Friedrich Gräbe. Voorheen werd door of voor hen als symbool van leven een johannesbroodboom, een olijfboom of een den geplant in de tuin bij het instituut. Tegenwoordig worden hun namen – wegens ruimtegebrek voor het planten van meer bomen – gebeiteld in een muur in de Tuin der Rechtvaardigen.

De boom ter ere van de heldendaden van Grabe, bevindt zich vlakbij een boom die herinnert aan een veel bekendere Joden-helper, Oskar Schindler. Deze uit Sudetenland afkomstige industrieel, redde in Polen tijdens de oorlog het leven van meer dan duizend Joden. Hoewel hij formeel pas in 1993 postuum geëerd werd met zijn benoeming tot Rechtvaardige, werd zijn boom al in 1962 door hemzelf geplant in de rotsachtige gedenktuin. Het in 1982 oorspronkelijk als Schindler’s Ark gepubliceerde boek van de Australische auteur Thomas Keneally en de verfilming ervan door Steven Spielberg, getiteld Schindler’s List (1993), gaven de in 1974 overleden mensenredder grote bekendheid. Hij werd het symbool van menselijkheid en moed in een tijd van duisternis. Over Hermann Friedrich Grabe is weliswaar ook een Engelstalig boek geschreven (The Moses of Rovno van Douglas K. Huneke uit 1985), maar een grote publieksfilm werd nooit aan hem gewijd. Zijn humanitaire werk tijdens de oorlog staat daarom in de schaduw van dat van Schindler. Hoewel Schindler wat aantallen betreft succesvoller was in het redden van Joden, zijn de overeenkomsten tussen de activiteiten van beide Duitsers tijdens de oorlogsjaren groot.


De Tuin van de Rechtvaardigen onder de Volkeren van Yad Vashem in Jeruzalem. Bron: Proesi / Wikimedia Commons

Terwijl Schindler Joodse gevangenen als werknemers in zijn fabrieken in Krakau en Brunnlitz (tegenwoordig Brněnec in Tsjechie) in bescherming nam, deed Grabe dit voor de Joden die voor hem werkten bij de uitvoering van bouwprojecten voor de Duitse spoorwegen in Oekraine. Het bijzondere aan zowel Schindler als Grabe is dat ze beiden onderdanen waren van het Duitse Rijk. Anders dan de Rechtvaardigen uit neutrale, vijandelijke of door Duitsland bezette landen, pleegden Schindler en Grabe door het redden van Joden verzet tegen hun eigen overheid. Die had immers een tegenovergesteld doel: de uitroeiing van de Europese Joden, ongeacht leeftijd of geslacht. Terwijl beide mannen enerzijds de Duitse oorlogsinspanningen ondersteunden, dwarsboomden ze anderzijds de zogenoemde Endlösung der Judenfrage, de ‘definitieve oplossing van het Joodse vraagstuk’. Als leden van het ‘dadervolk’ kwamen zij juist op voor de slachtoffers. Daarbij toonden ze zich dus immuun voor het antisemitisme en de moordzucht waar vele landgenoten geen weerstand tegen boden of waar ze zich eigenhandig schuldig aan maakten. Wat de Amerikaanse politicoloog Daniel Goldhagen in zijn opzienbarende boek Hitlers gewillige beulen (1996) beweert – dat de Duitsers ‘hun belaagde landgenoten’ niet hielpen, ‘laat staan de buitenlandse Joden’– geldt dus niet voor deze mannen.

Goldhagen verweet de Duitsers collectieve steun aan het vernietigingsprogramma. ‘Geen enkel bewijs suggereert dat er meer dan een onbeduidende Duitse oppositie tegenover het eliminatieprogramma was,’ concludeert hij, ‘behalve voor de meest brute en verdorven aspecten.’ En: ‘Heel veel Duitsers hielpen vrijwillig mee aan het eliminatieprogramma. Ze namen initiatieven om het te verspreiden door Joden met woorden en fysiek aan te vallen, of ze verhaastten het proces door hen te isoleren en uit te sluiten van de Duitse maatschappij (…).’[1] Hoewel de meeste andere deskundigen zich genuanceerder uiten over Duitslands collectieve schuld, wijzen ook andere onderzoekers erop dat er van Duits verzet tegen de uitroeiing van de Joden nauwelijks sprake was. Het lot van hun Joodse landgenoten liet de meeste Duitsers schijnbaar onberoerd. Velen van hen werkten mee aan vervolging en massamoord, terwijl ze eerder een normaal, geweldloos leven hadden geleid.

Illustratief in dit verband is de studie van de Amerikaanse historicus Christopher R. Browning naar de leden van het Duitse Reserve-Polizei-Bataillon 101. In zijn in 1992 gepubliceerde boek Doodgewone mannen beschrijft hij hoe de leden van dit politiebataljon in de omgeving van Lublin in Polen Joodse gemeenschappen uitroeiden door middel van massa-executies. Veel van de manschappen waren gezinsvaders van in de veertig, die voor de oorlog hun geld verdienden als rechtgeaard politieman. Ze waren verworden tot onmisbare radertjes in het nationaalsocialistische vernietigingssysteem. Het was volgens Browning weliswaar niet hun eigen keus om Joodse mannen, vrouwen en kinderen dood te schieten en ze genoten zelden van hun bloedige werk, maar werkweigeraars waren een uitzondering. De Britse historicus Ian Kershaw deed ook uitgebreid onderzoek naar de houding van de Duitsers ten opzichte van de massamoord op de Joden en concludeert over het ontbreken van breed gedragen protesten hiertegen het volgende: ‘De weg naar Auschwitz was gebouwd uit haat. Maar geplaveid met onverschilligheid.’[2]

Deelname aan genocide en onverschilligheid kan de in totaal 641 Duitsers die tot 1 januari 2021 werden benoemd tot ‘Rechtvaardige’, niet verweten worden. Op verschillende manieren hielpen zij hun vervolgde Joodse medemens. Vaak was hun handelen levensreddend, voor een persoon of voor vele honderden. In dit boek worden de verhalen van zes Rechtvaardigen nader uitgewerkt: Armin T. Wegner, Gustav Schröder, Hermann Friedrich Gräbe, Otto Weidt, Maria von Maltzan en Ludwig Wörl. Deze personen zijn niet per se uitgekozen omdat ze representatief zijn voor alle Duitse Rechtvaardigen. De keuze voor deze personen is voortgekomen uit de hoeveelheid beschikbare bronnen, de bijzonderheid van hun verhaal en het feit dat hun heldendaden zich afspeelden in verschillende tijdvakken of fases van de Holocaust.

Omdat hun heldendaden in het geheim plaatsvonden, zijn deze niet of nauwelijks gedocumenteerd in objectieve primaire bronnen. Subjectieve bronnen, waaronder getuigenissen van de helpers en de geholpenen, vormen de belangrijkste basis voor de reconstructie van hun verhalen. Zoveel mogelijk is getracht om beweringen te toetsen, door ze te vergelijken met andere, objectievere bronnen. Sommige beweringen en anekdotes konden niet geverifieerd worden, maar zijn zo indrukwekkend of veelzeggend, dat het een groot verlies zou zijn als ze genegeerd zouden worden. Uit de formulering van de tekst is telkens op te maken of een bewering een feit is of een onbewezen bewering of mening van een betrokkene. De behandelde gebeurtenissen zijn zo uitzonderlijk en ingrijpend, dat bij de betrokkenen deze herinneringen zelfs jaren na de oorlog waarschijnlijk nog op hun netvlies stonden gebrand. Om in aanmerking te komen voor de titel van Rechtvaardige gaat men in Israël niet over een nacht ijs, dus de heldendaden van de zes hoofdpersonen hoeven niet te worden betwist. Alleen in details kunnen hun verhalen afwijken van de werkelijkheid.


Voorzijde van de erepenning voor de Rechtvaardigen onder de Volkeren. De tekst in het Hebreeuws betekent: ‘Wie één leven redt, redt de hele wereld’. Bron: United States Holocaust Memorial Museum Collection, gift van Michael Mautner

Een breder beeld van de Duitse Jodenhelpers wordt gegeven in zowel het tweede als het laatste deel. In het tweede deel wordt de voorgeschiedenis van de Holocaust besproken, evenals de soorten hulp en de risico’s die kleefden aan het helpen van voortvluchtige Joden. In het slotdeel wordt dieper ingegaan op het ‘DNA’ van de Duitse helpers: wat was hun persoonlijke profiel en wat waren hun motieven? Geprobeerd wordt te verklaren waarom de zes hoofdpersonen en de andere Rechtvaardigen zich onderscheidden door hun hulp aan Joden, terwijl het merendeel van hun landgenoten zich afzijdig hield of zelfs de vervolging en uitroeiing van de Joden passief of actief steunde. Wat maakte in hen de held wakker of waren ze hoe dan ook in de wieg gelegd om goed te doen? De nadruk ligt voortdurend op de Duitse Rechtvaardigen, maar tussendoor komen ook enkele Oostenrijkers aan bod. Hun land maakte immers, sinds de Anschluss van 1938, als de Ostmark onderdeel uit van het Duitse Rijk. Honderddertien Oostenrijkers waren per 1 januari 2021 onderscheiden tot Rechtvaardigen door Yad Vashem.

1. Goldhagen, Daniel J., Hitlers gewillige beulen, p. 428.
2. Kershaw, Ian, Hitler, de Duitsers en de Holocaust, p. 203.

Verwacht in april: In de schaduw van Schindler

Verwacht in april: In de schaduw van Schindler

Wie waren de Duitsers die hun Joodse medemensen hielpen, meestal met gevaar voor eigen leven, terwijl de meesten van hun landgenoten de andere kant opkeken of bijdroegen aan de nazimisdaden? In april verschijnt bij Just Publishers mijn nieuwste boek, ‘In de schaduw van Schindler’. Het gaat over Jodenhelpers uit nazi-Duitsland.

Zelfs in de meest duistere tijden zijn er altijd dappere mensen die hun medemenselijkheid laten prevaleren boven eigenbelang en haat. Terwijl de meeste Duitsers zich juist afzijdig hielden of de Jodenvervolging actief of passief ondersteunden, behielden sommigen wel hun menslievendheid. Van een intellectuele schrijver tot een vrouwelijke dierenarts en van een ingenieur tot een politiek gevangene in Auschwitz, allemaal groeiden zij uit tot onbaatzuchtige mensenredders. In tegenstelling tot Oskar Schindler zijn andere Jodenhelpers uit Hitlers Derde Rijk echter relatief onbekend gebleven.

Toen in 1933 Joden uit Duitse overheidsdienst werden ontslagen, schreef pacifist Armin T. Wegner een brief aan Hitler waarin hij protesteerde tegen diens antisemitisme. En Gustav Schröder, de kapitein van passagiersschip St. Louis, trachtte zijn Joodse passagiers naar een veilige bestemming te brengen, ver weg van hun Duitse vaderland aar ze als paria’s werden behandeld. Bewapend met een automatisch pistool voorkwam ingenieur Hermann Gräbe dat zijn Joodse medewerkers tijdens een bloedige razzia werden afgeslacht. En gravin Maria von Maltzan verborg in haar Berlijnse woning vele Joodse onderduikers en hielp hen het land ontvluchten. En zo waren er veel meer, vaak nauwelijks bekende, helden. Al deze verhalen tonen aan dat het kwaad niet altijd zegeviert.

Q&A met Getuigen van de Belgische Stichting Auschwitz

Q&A met ‘Getuigen’ van de Belgische Stichting Auschwitz

Getuigen‘ is het periodiek van de Belgische Stichting Auschwitz. Het wetenschappelijk opgezette tijdschrift wordt twee keer per jaar uitgegeven en bevat artikelen, interviews en recensies. De Holocaust en aanverwante thema’s worden vanuit verschillende invalshoeken behandeld. De uitgave van oktober 2021 bevat bijvoorbeeld een dossier over de politisering van de muziek in Europa in de periode 1918-1938. Ook is een Q&A met mij opgenomen. Redactielid Fabian Van Samang stelde mij via e-mail enkele vragen over mijn boeken en bezigheden voor TracesOfWar.nl en Historiek.net. Met toestemming van de Stichting heb ik deze bijdrage hieronder opgenomen. Ik dank Fabian Van Samang en zijn collega’s van dit bijzonder interessante magazine dat ze mij de kans boden om iets meer te vertellen over mijn interesse in de Holocaust en over mijn motivatie om me hiermee bezig te houden.

“Over tuinieren in het getto, grijze zones en doodgewone moordenaars.”

FVS: Hoewel je recentste boek ‘Meer dan alleen Auschwitz’ onlangs ook in Vlaanderen in de boekhandel verscheen, heb je wellicht meer naambekendheid in Nederland dan in België. Als je jezelf als inleiding kort zou moeten typeren, met welke kernwoorden zou je dat dan doen – en waarom precies deze?

KP: Wanneer je zoals ik schrijft over de Holocaust moet je naar mijn mening jezelf kunnen wegcijferen en vooral de historische feiten en de ervaringen van mensen laten spreken. In mijn boeken speel ik zelf geen rol. Ik zou mezelf in die zin kunnen omschrijven als ingetogen. Een rol op de voorgrond is niet aan mij besteed. Wel beschouw ik mezelf als een verteller, iemand die graag bijzondere feiten en verhalen aan anderen doorgeeft. Dat ik mijn lezers indrukken en kennis kan bijbrengen motiveert mij enorm.

Bovendien zie ik mezelf als iemand die redelijk onbevooroordeeld is. Als je de Jodenvervolging beschrijft vanuit een grote rancune ten opzichte van de daders zul je nooit begrijpen hoe zij tot hun daden kwamen. Ik bedoel dan niet de extreem sadistische daders die zelfs binnen het nationaalsocialistische systeem opvielen vanwege hun wreedheid en hun plezier in het mishandelen en moorden van hun slachtoffers. Mij gaat het om de meerderheid van meelopers en de ‘bureaumoordenaars’, degenen die zich verscholen achter de bevelen van hogerhand. Hun gedrag zal ik nooit willen vergoelijken, maar het is kortzichtig om te denken dat wij als mensen in de kern veel beter zijn dan de mensen van toen. Alleen als je objectief onderzoekt welke stappen mensen doormaakten voordat ze Holocaustdaders werden, kan je nieuwe genociden proberen te voorkomen.

FVS: ‘Meer dan alleen Auschwitz’ is niet je eerste studie. Eerder publiceerde je ‘De boodschapper uit de hel,’ een biografie over de Duitse SS’er en chemicus Kurt Gerstein, die een poging deed de geallieerden op de hoogte te brengen van de zich ontwikkelende genocide. Daarna volgde een levensgeschiedenis van SS-rechter Konrad Morgen, die onderzoeksdaden stelde naar mede-SS’ers in hoge beleidsfuncties en in de kampen. Wat sprak je precies aan in het persoonlijke verleden van deze twee merkwaardige SS-prominenten?

KP: Naast deze titels schreef ik ook ‘Het masker van de massamoordenaar’ over Arthur Nebe, de chef van de Kriminalpolizei (de nationale recherche) en gedurende enkele maanden commandant van Einsatzgruppe B. Hoewel hij direct verantwoordelijk was voor nazimisdaden stond hij tegelijkertijd jarenlang in verbinding met het conservatieve en militaire verzet tegen Hitler in Duitsland. Vanwege zijn betrokkenheid bij de aanslag en staatsgreep van 20 juli 1944 werd hij uiteindelijk ter dood veroordeeld door het beruchte Volksgerichtshof en in maart 1945 geëxecuteerd.

Wat mij fascineerde aan Gerstein, Morgen en Nebe was hun tegenstrijdige, ‘gespleten’ rol. Hoe kan je, in het geval van Gerstein, aan de ene kant meewerken aan het leveren van Zyklon-B aan de concentratiekampen, maar aan de andere kant hemel en aarde bewegen om een einde te maken aan de, mede met dit gifgas, uitgevoerde uitroeiing van de Joden? En wat bewoog SS-rechter Konrad Morgen om individuele kamppersoneelsleden te vervolgen voor het ongeoorloofd mishandelen en doden van gevangenen, terwijl in diezelfde kampen onder zijn neus een systematische genocide plaatsvond?

Het was moeilijk om er exact achter te komen wat deze mannen – alle drie SS’ers – precies bewoog. Hun verhalen spelen zich af binnen wat wel eens ‘de grijze zone’ genoemd wordt, een schemergebied waarin goed en kwaad in elkaar overlopen. Heel kort door de bocht komt het hier op neer: Goede mensen doen soms slechte dingen, slechte mensen doen soms goede dingen, maar het zijn de historische omstandigheden die doorgaans het meest bepalend zijn. Gerstein, Nebe en Morgen waren geen psychopaten en behoorden niet tot de meest overtuigde nazi’s, maar raakten door een combinatie van persoonlijke en politieke ontwikkelingen betrokken bij de uitvoering van de Holocaust. Gerstein was mijnbouwkundige, Nebe politieman en Morgen jurist. Zonder Hitler-Duitsland zou het vermoedelijk daarbij zijn gebleven.

FVS: In je recentste boek betoog je dat de Holocaust meer was dan enkel Auschwitz, en je illustreert dat aan de hand van een dozijn weinig bekende verhalen – van daders, slachtoffers en omstanders. Is er één verhaal in je bundel waarvan je denkt: ‘Dit is een vergeten stuk verleden dat het brede publiek absoluut zou moeten kennen’?

KP: Uiteraard ben ik me ervan bewust dat iedereen die wel eens iets over de Holocaust leest, weet dat er meer was dan alleen Auschwitz. Kijk je echter in de (online) boekhandel of bibliotheek dan gaan wel opmerkelijk veel boeken over dit moordcentrum. Dat is begrijpelijk, want het was nou eenmaal de grootste ‘moordfabriek’ die de wereld ooit gekend heeft. Er zijn echter nog zoveel meer verhalen te vertellen die in Nederland en België bij het grote publiek vrijwel onbekend zijn.

Naar mijn mening zouden de door de Einsatzgruppen uitgevoerde moorden aan het Oostfront meer aandacht moeten krijgen. Door deze moordeskaders van de SS werden meer dan 1 miljoen mensen gedood, meestal op klaarlichte dag en vaak onder toeziend oog van de lokale bevolking en Duitse soldaten. Dit gebeurde grotendeels voordat Auschwitz zich ontwikkelde tot moordcentrum. Opmerkelijk is dat de eenheden werden aangevoerd door ontwikkelde mannen, waaronder bijvoorbeeld veel jonge juristen.

In een hoofdstuk van mijn boek vertel ik over een van deze leiders. Deze Woldemar Klingelhöfer was voor de oorlog nota bene operazanger. Hoe onlogisch het ook klinkt dat een artiest als hij als dader op de ‘killing fields’ van de Holocaust belandde, zijn weg hierheen heb ik proberen te verklaren. Zijn SS-dossier en verhoren tijdens het Einsatzgruppenproces in Neurenberg hielpen hierbij. Saillant detail: terwijl Klingelhöfer zich in opdracht van de Führer bezighield met massamoord, werd hij door de SS vervolgd vanwege het onrechtmatig toe-eigenen van twee paar damesschoenen, vermoedelijk ooit het bezit van een of twee vermoorde Joodse vrouwen. Dat toont de gespletenheid van de SS goed aan, waar moord een missie was, maar door individuele SS’ers gepleegde diefstal van eigendommen van hun slachtoffers een grote misdaad.

FVS: Je bent ook actief bij de website ‘Traces of War’ en het Nederlandse ‘Historiek.net’. Wat is het doel van die media precies, en welke rol speel jij in de beide digitale platformen?

KP: Van 2004 tot 2018 was ik projectleider van de website Go2War2.nl. Deze website is opgegaan in TracesOfWar.nl. Binnen Go2War2 begon ik met schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Eerst schreef ik recensies van boeken over de Tweede Wereldoorlog en later volgden artikelen die meestal over verschillende facetten van de Holocaust gingen. Tegenwoordig ben ik voor TracesOfWar hoofdredacteur van de afdeling artikelen. De website beoogt het grootste Nederlandstalige online naslagwerk over de Tweede Wereldoorlog te zijn. Veel kanten van de oorlogsgeschiedenis komen aan bod; van de belangrijkste personen en gebeurtenissen tot nieuwsberichten, boeken en bezienswaardigheden.

Historiek.net is een online geschiedenismagazine dat zich richt op geschiedenis in de brede zin. Er is veel aandacht voor actuele berichten over geschiedenis. Ook voor Historiek schrijf ik recensies van boeken en soms films en artikelen over diverse onderwerpen. Zo schreef ik recent een uitgebreid artikel over de bezetting van Nederland. Het leukste van bijdragen aan Historiek vind ik dat de website veel in het onderwijs wordt toegepast. Als docenten of leerlingen en studenten mijn teksten gebruiken in de les of voor werkstukken, vind ik dat een eer. Hopelijk draag ik zo een steentje bij aan het vergroten van de kennis van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Iets dat, volgens onderzoeken, in elk geval in het Nederlandse onderwijs hard nodig is.

FVS: Holocaustonderzoek is niet altijd simpel. Vorsers stoten voortdurend op praktische en morele barrières die de aard van hun verhaal beïnvloeden, en soms ook bepalen. Wat was voor jou het belangrijkste struikelblok bij het schrijven van dit boek?

KP: Het belangrijkste struikelblok had niet zozeer met de praktische en morele barrières te maken, maar was mijn twijfel of ik met dit boek wel echt iets kon toevoegen. Vormen de verhalen bij elkaar wel een logisch geheel? Nederlandse en Belgische schrijvers publiceren veel over de Holocaust, maar meestal gaat het dan om geschiedenissen die dichter bij huis plaatsvonden. Is een Nederlandstalig publiek geïnteresseerd in een Joodse begraafplaats in Berlijn of in Joodse parachutisten uit Palestina die missies uitvoerden voor de geallieerden? Dit zijn twee van de geschiedenissen waaraan ik een hoofdstuk besteed. Al schrijvende merkte ik dat er toch samenhang ontstond. Bovendien bleef de Holocaust uiteraard niet beperkt tot landsgrenzen; het was een Europese aangelegenheid. Waarom zouden we bijvoorbeeld wel willen lezen over onderduikers in Nederland en België en niet over de zeker niet minder indrukwekkende ervaringen van de Joodse onderduikers in een Oekraïense grot die ik ook in een hoofdstuk behandel?

Enige twijfel had ik ook over het hoofdstuk dat ik ‘Tuinieren in het getto’ heb genoemd. Het gaat voor een deel over hoe Joden in de getto’s in Polen moestuinen of -tuintjes bijhielden om te overleven. Het gaat echter ook over hoe tuinieren hen hielp om onder vreselijke omstandigheden eventjes te ontsnappen aan alle ellende. Ik beschrijf bijvoorbeeld ook de steun die Anne Frank ondervond van de kastanjeboom waar ze op uit keek vanuit het zolderraam van haar onderduikplaats en hoe een pruimenboompje in het voormalige getto van Warschau uitgroeide tot een soort levend monument.

Kun je echter uitgebreid zulke kleine lichtpuntjes beschrijven, terwijl de geschiedenis zo duister is? Ik vond uiteindelijk van wel, want het is belangrijk om de slachtoffers als mensen te blijven zien. En een van de eigenschappen die veel mensen kenmerkt is hun liefde voor tuinieren en de natuur. En ook hun ongelooflijke veerkracht, om ook in de moeilijkste omstandigheden kracht te kunnen putten uit ogenschijnlijke kleine zaken. Dat geldt overigens ook voor de Holocaustdaders, waar ik in hetzelfde hoofdstuk ook aandacht aan besteed. Rudolf Höss, kampcommandant van Auschwitz, was zo trots op de bloemenperken in zijn kamp dat hij aan zijn personeel een instructie uitvaardigde dat het betreden van de tuinen en bloemperken uit den boze was. Bij concentratiekamp Dachau bevond zich de grootste kruidentuin van Europa. In opdracht van SS-leider werden hier geneeskundige kruiden gekweekt en gladiolen die werden benut voor de productie van vitamine C voor Duitse soldaten aan het Oostfront.

FVS: De hebraïst Julien Klener zei jaren geleden in een interview met Jan Leyers dat de Holocaust Europa en de wereld met een kater heeft opgezadeld waar we nog steeds niet van verlost zijn. Wat is volgens jou het meest prangende probleem waarmee de Holocaust de mens heeft opgezadeld? Kunnen we lessen trekken uit de judeocide, of moeten we concluderen dat de mens uit de geschiedenis weinig leert? En welke morele boodschap spreekt volgens jou vandaag nog uit het symbool ‘Auschwitz’?

KP: De schokkendste, maar tegelijkertijd belangrijkste les van de Holocaust is dat ‘doodgewone’ mensen kunnen veranderen in moordenaars. Wie dat als geen ander duidelijk kan maken, is Benjamin Ferencz, de hoofaanklager van het Einsatzgruppenproces in Neurenberg. Hij speelt de hoofdrol in een van de hoofdstukken in mijn boek. In een televisie-interview in 2017 werd hem gevraagd hoe de door hem aangeklaagde mannen konden veranderen in “barbaarse beesten”. Ferencz antwoordde meteen dat zij helemaal geen beesten waren. Volgens hem waren het vaderlandslievende mannen die handelden in het belang van hun land, althans dat dachten ze. Zonder oorlog waren deze mannen in zijn ogen nooit moordenaars geweest. “Law Not War” is daarom het motto van deze in 1920 geboren Amerikaanse jurist en strijder voor mensenrechten. Een bijzondere en inspirerende man.

De morele boodschap die uit het symbool ‘Auschwitz’ en de Holocaust in het algemeen spreekt, is naar mijn mening dat we onze vrijheid en democratie moeten koesteren. Zodra de rechtsstaat wegvalt en geweld overheerst, zijn we overgeleverd aan willekeur. In mijn boek komen ook de recente misdaden van IS tegen de Jezidi’s in Irak en Syrië kort aan bod. Daar zag je hoe oorlog en het ontbreken van de beschermende werking van een rechtsstaat in onze tijd leidden tot vreselijke misdaden. Uit de mond van een deskundige, de Franse priester Patrick Desbois, beschrijf ik dat de individuele daders eigenlijk dezelfde motivatie hadden als de moordenaars van de SS: macht, seks en geld. Waar de nazi’s zich echter lieten leiden door boosaardige nationalistische gevoelens, werden leden van IS gemotiveerd door religieuze waanzin.

Je zou pessimistisch kunnen concluderen dat de mens niets leert van de geschiedenis, maar na de Tweede Wereldoorlog is er wel veel verbeterd op het gebied van mensenrechten en internationale verhoudingen. Onder andere de oprichting van het Internationaal Strafhof in Den Haag is daar een voorbeeld van. Helaas ging het na 1945 nog vaak mis, maar ik haal nogmaals Benjamin Ferencz aan die hierover met veel meer gezag kan oordelen dan ik: “De vooruitgang is fantastisch. Oorlog wordt niet langer verheerlijkt, er is een internationaal gerechtshof. […] Soms gaan we omhoog, soms gaan we naar beneden, Maar de trend is omhoog.”

FVS: De naziperiode haalde het slechtste van de mens boven. In je boek schets je de levensgeschiedenis van de Duitse operazanger en massamoordenaar Woldemar Klingelhöfer. Anderzijds open je je boek met verwijzingen naar Wilm Hosenfeld, die de Poolse pianist Wladyslaw Szpilman het leven redde; en met kardinaal von Preysing, die tegen de deportaties van joden protesteerde. Wat vertelt de Holocaust ons over de aard van de mens? En wat doet het Holocaustonderzoek met de vorser – anders geformuleerd: hoe heeft het Holocaustonderzoek jou veranderd (als het dat al deed)?

KP: Oorlog haalt het slechtste in mensen boven, maar soms ook het beste. In een oorlog ontstaan helden en schurken en van alles er tussenin. Dat maakt de Tweede Wereldoorlog – een ultieme krachtmeting tussen goed en kwaad – natuurlijk erg interessant om te beschrijven. Al blijven oorlog en vervolging vanzelfsprekend vanuit het standpunt van de slachtoffers het meest vreselijke dat mensen elkaar aan kunnen doen.

Wat de Holocaust mij heeft bijgebracht is dat het in het leven niet slechts gaat om streven naar je eigen geluk. Veel belangrijker is het om gezamenlijk een veilige samenleving te creëren met zorg voor iedereen die daar onderdeel van uit maakt. In mijn boek richt ik me vooral op de Joodse slachtoffers van de nazi’s, maar ook het lot van geestelijk en lichamelijk beperkte mensen was natuurlijk vreselijk droevig. Tijdens het afgelopen jaar werd er in het kader van de corona-lockdowns meer dan eens afgevraagd of alle maatregelen om de zwakkeren te beschermen wel opwogen tegen de economische nadelen. Mij gingen daar de haren van overeind staan. In nazi-Duitsland sprak men in dit kader van ‘Unnütze Esser’ (nutteloze eters) en werd op propagandaposters getoond hoeveel geld de volksgemeenschap kwijt was aan de zorg voor gehandicapten. Geld dat in de ogen van de nazi’s beter besteed kon worden aan ‘gezonde’ Arische families. We moeten voorkomen dat dit sociaal-darwinistische denken voeten aan de grond krijgt in de politiek. Wie van welke bevolkingsgroep dan ook een karikatuur maakt, vergeet de ander te zien als een mens met wie je meestal meer deelt dan je denkt.

FVS: Het lijkt alsof jij zelden stil zit. ‘Meer dan alleen Auschwitz’ is wellicht niet je laatste pennenvrucht. Werk je op dit ogenblik aan nieuwe projecten? Kan je daarover al een tipje van de sluier oplichten?

KP: ‘Meer dan alleen Auschwitz’ is mijn zevende boek, maar ik begon al langer dan tien jaar geleden met het schrijven van mijn eerste boek. Mijn volgende boek verschijnt in het voorjaar van 2022 bij Just Publishers. De titel is ‘In de schaduw van Schindler’ en het gaat over enkele minder bekende Duitse Jodenhelpers. De hoofdpersonen hebben verschillende achtergronden: van een intellectuele schrijver tot een vrouwelijke dierenarts en van een ingenieur tot een politiek gevangene. Wat ik me bij elke persoon afvraag is hoe hij of zij zich heeft ontwikkeld tot Jodenhelper, terwijl de meeste Duitsers zich juist afzijdig hielden of de Jodenvervolging actief of passief ondersteunden. Meestal wordt in onderzoek gezocht naar de motivatie van daders, maar is het niet net zo interessant en in elk geval inspirerender om te kijken hoe iemand een mensenredder werd? Een eenduidige verklaring verwacht ik niet te vinden, maar ik hoop wel dat de afzonderlijke verhalen aantonen dat het kwaad niet altijd zegeviert. Zelfs in de duisterste tijden zijn er altijd dappere mensen die hun medemenselijkheid laten prevaleren boven eigenbelang en haat. Voor mij als schrijver is het een prettige afwisseling om ook eens over helden te schrijven in plaats van over daders.

Now available: A Judge in Auschwitz

Now available: A Judge in Auschwitz

In October 2021 Pen & Sword Books published my book A Judge in Auschwitz. It tells about SS judge Konrad Morgen’s crusade against SS corruption & ‘illegal’ murder in the concentration camps. It has already been published successfully in Dutch and Polish. This English version was translated by Arnold W. Palthe.

In autumn 1943, SS judge Konrad Morgen visited Auschwitz concentration camp to investigate an intercepted parcel containing gold sent from the camp. While there Morgen found the SS camp guards engaged in widespread theft and corruption. Worse, Morgen also discovered that inmates were being killed without authority from the SS leadership. While millions of Jews were being exterminated under the Final Solution programme, Konrad Morgen set about gathering evidence of these ‘illegal murders’.

Morgen also visited other camps such as Buchenwald where he had the notorious camp commandant Karl Koch and Ilse, his sadistic spouse, arrested and charged. Found guilty by an SS court, Koch was sentenced to death.

Remarkably, the apparently fearless SS judge also tried to prosecute other Nazi criminals including Waffen-SS commanders Oskar Dirlewanger and Hermann Fegelein and Auschwitz Commandant Rudolf Höss. He even claimed to have tried to indict Adolf Eichmann, who was responsible for organising the mass deportation of the Jews to the extermination camps.

This intriguing work reveals how the lines between justice and injustice became blurred in the Third Reich. As well as describing the actions of this often contradictory character the author questions Morgen’s motives.

Nieuw verschenen: Meer dan alleen Auschwitz

Nieuw verschenen: Meer dan alleen Auschwitz

Ruim 10 jaar geleden schreef ik mijn eerste artikel voor het tijdschrift Wereld in Oorlog van Just Publishers. In april 2021 publiceerde deze uitgever mijn nieuwe boek! De titel is Meer dan alleen Auschwitz.

In Auschwitz werden meer dan 1 miljoen Joden vergast. De hoofdrol van dit vernietigingskamp binnen de Holocaustgeschiedenis is vanzelfsprekend. 5 miljoen Joden werden echter elders omgebracht; in andere kampen, in getto’s, onderweg tijdens transporten en op executieplaatsen in de Sovjet-Unie.

Meer dan alleen Auschwitz vertelt bijzondere en onbekende verhalen over de Holocaust. Over overleven en vechten. Hoe droeg tuinieren in het getto eraan bij om het kwaad te trotseren en welke geallieerde missies werden door Joodse parachutisten uit Palestina uitgevoerd in bezet Europa?

Goed en kwaad wisselen zich af. Wie was Woldemar Klingelhöfer, de operazanger die leiding gaf aan een moordeskader? En hoe werd de jonge Joodse jurist Benjamin Ferencz hoofdaanklager van een Amerikaans tribunaal in Neurenberg?

De feiten zijn soms tegenstrijdig. Terwijl de Duitse hoofdstad in 1943 al Judenfrei was verklaard, waren er in het Joodse hospitaal desondanks Joodse stafleden overgebleven die tijdens de Slag om Berlijn hun best deden om mensenlevens te redden. En wat vertelt de Joodse begraafplaats Weissensee ons over de rijke Joodse geschiedenis van de Berlijnse Joden en over hun ondergang tijdens het nazitijdperk?

Kort voor de bevrijding strandde een Jodentransport na een erbarmelijke treinreis van twee weken in het Duitse dorpje Tröbitz. Een transport met prominente kampgevangenen werd in dezelfde periode naar Hitlers Alpenvestiging afgevoerd. Wat was hun lot?

Op geschiedenis-winkel.nl kunt u een notificatie ontvangen wanneer het boek beschikbaar is. Het is al te reserveren op Bol.com:

Boeken nu ook verkrijgbaar als e-books

Boeken nu ook verkrijgbaar als e-books

Oorlogszone Zoo’ was al langer verkrijgbaar als e-book, maar nu zijn ook mijn volgende boeken te lezen op de e-reader:

De e-books zijn te bestellen bij Bol.com en zijn ook beschikbaar bij Kobo. De prijs van elke titel is 6,95. De e-book-versie van ‘Kerstmis onder vuur’ volgt dit najaar.

‘Kolberg’ en moderne propaganda

‘Kolberg’ en moderne propaganda

30 januari 1945: in de door zware bombardementen geteisterde Duitse hoofdstad vindt de première plaats van Hitlers laatste propagandafilm. ‘Kolberg’ is de titel, vernoemd naar de Duitse kuurbadplaats in Pommeren die in 1807 vier maanden standhield toen ze werd belegerd door Napoleon. Standhouden, dat is de boodschap die propagandaminister Joseph Goebbels wil overbrengen op de kijker anno 1945. De stad Kolberg zelf wordt begin 1945 overstroomd door burgers uit Pruisen die op de vlucht zijn voor het oprukkende Rode Leger. Het zal niet lang duren voordat de stad opnieuw belegerd wordt. Anders dan in 1807 resulteert dit in de ondergang van de Duitse stad.


Pamflet dat door de Amerikaanse 8th Air Force werd verspreid boven Duitsland. Bron: Publiek domein / Wikimedia Commons

Tegenwoordig heeft de vrijheidslievende, democratische burger niets meer te vrezen van de beoogde propagandawerking van ‘Kolberg’. Had Goebbels indertijd de beschikking over geschreven media, radio en film, moderne propagandisten hebben een medium voorhanden met een nog veel groter bereik, namelijk het internet. Iedereen die dat wil, kan via sociale media zijn eigen propagandaministerie draaiende houden. Al deze Goebbelsjes bij elkaar zijn in theorie in staat om door middel van het verspreiden van nepnieuws een maatschappelijke ontregeling te veroorzaken, zonder dat daarbij de budgetten, tijd en middelen vereist zijn die ten tijde van het Derde Rijk wel nodig waren voor het verspreiden van propaganda. In handen van moderne dictators en andere kwaadwillenden is het leger internettrollen en de reikwijdte van het wereldwijde web veel explosiever dan Hitler en Goebbels hadden kunnen dromen.

Internet, mits niet gereguleerd door de overheid, biedt echter ook volop tegenkrachten die de nazipropaganda niet kende. Factcheckers zijn een doelgericht wapen tegen fake news en informatie uit betrouwbare bronnen is voor iedereen toegankelijk. Na het zien van een propagandafilm als ‘Kolberg’ zou de tegenwoordige kijker direct op internet de ware feiten kunnen controleren om deze vervolgens via sociale media te delen. Nazipropaganda bleef daarentegen in de jaren 1933-1945 grotendeels onbeantwoord. Als een leugen maar vaak genoeg wordt herhaald, dan wordt deze vanzelf waarheid, zo legde Hitler uit in zijn boek ‘Mein Kampf’. Het propagandaoffensief waaraan de nazi-overheid het Duitse volk jarenlang blootstelde, onder andere door middel van speelfilms, speelde een belangrijke rol bij het rechtvaardigen van elke nazimisdaad, of dat nou de militaire veroveringsambities, het euthanasie-programma of de Joden-vervolging was. Zonder weerwoord is propaganda levensgevaarlijk.

Toen de meerderheid van de bewoners van Kolberg in 1933 voor Hitler stemde, had vermoedelijk niemand van hen gedacht dat ze twaalf jaar later hun stad achter moesten laten om hier nooit meer terug te keren. Wat de negentiende-eeuwse Kolbergers lukte, het behouden van hun stad na een beleg door Napoleons troepen, was bijna honderdveertig jaar later niet mogelijk toen een nieuwe vijand de stad aanviel. Een eeuwenlange Duitse geschiedenis werd in enkele dagen weggevaagd. Met hun keuze in het stemhokje waren veel Kolbergers indirect medeverantwoordelijk voor hun eigen ondergang. Door de verdrijving van de Joden uit hun stad en het uitbuiten van buitenlandse dwangarbeiders maakten veel bewoners van de stad zich bovendien medeplichtig aan de nazimisdaden. Het verzet van enkele individuen, zoals predikant Hinz, was niet krachtig en verstrekkend genoeg om het tij te kunnen keren. Het vonnis over Kolberg werd geveld op het moment dat Duitsland koos voor Hitler.

Natuurlijk was Kolberg slechts een klein stadje binnen het grote geheel van het Duitse Rijk. Zonder de legende van het verzetsbolwerk tegen Napoleon, zonder de populariteit als badplaats en kuuroord en zonder de propagandafilm zou ze allang vergeten zijn. De stad en haar inwoners kunnen echter wel als representatief worden beschouwd voor andere plaatsen en hun inwoners in de gebieden die Duitsland na de Tweede Wereldoorlog verloor. Hitler en het nationaalsocialisme konden in deze contreien op veel steun rekenen, maar na de oorlog werden de bewoners voor hun steun aan het nazisme het zwaarst getroffen. Behalve dat het Sovjetleger hier wraak nam op de wrede nazipolitiek en de Duitse verovering van Lebensraum in de Sovjet-Unie, verloren de bewoners van de oostelijke provincies voorgoed hun Heimat.

De speelfilm ‘Kolberg’ legt de onmacht van propaganda bloot. De stad, waarvan het verleden de Duitsers moest aansporen om de strijd vol te houden, viel al voorafgaand aan de nazi-Duitse nederlaag in vijandelijke handen en zou niet meer in Duits bezit terugkomen. Het verhaal van Hitlers laatste propagandafilm en het verleden van de gelijknamige stad kunnen tegenwoordig als waarschuwing dienen tegen politici, opiniemakers en de ‘trollen’ op sociale media die met halve waarheden en hele leugens proberen de mensen te verleiden. De verantwoordelijkheid die de kiezer draagt in een democratische samenleving is groot. Om deze verantwoordelijkheid aan te kunnen, is het belangrijk om moderne propaganda te doorzien en misleidende praatjes en leugens te weerleggen. Evenals Goebbels’ films is propaganda ook in onze tijd mooi verpakt, maar van binnenuit bedorven. Dit te doorzien en te waken over de waarheid, is tegenwoordig niet minder belangrijk dan toen.

Auteur Michiel Janzen recenseerde Kolberg

Auteur Michiel Janzen recenseerde Kolberg

Michiel Janzen, de auteur van “Hitlers geheime Ardennencommando“, las mijn boek “Kolberg” en schreef de onderstaande bespreking:

Het nieuwste boek van Kevin Prenger gaat over Kolberg. Dat is de voormalige naam van de stad aan de Oostzee die tegenwoordig Kolobrzeg heet en in Polen ligt. Kolberg is ook de naam van de laatste grote nazifilm die tijdens WO2 werd uitgebracht. In zijn boek behandelt Kevin Prenger de opkomst en ondergang van deze stad die ooit het ‘Nice aan de Oostzee’ werd genoemd. In 1807 hielden de Pruisen het leger van Napoleon buiten de vestingwallen tegen. Deze strijd werd door Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels aangegrepen om als film het Duitse volk tijdens haar strijd tegen het Rode Leger een hart onder de riem te steken. Kolberg was niet alleen de duurste film uit de Duitse geschiedenis, het werd ook de grootste flop.

Voor een geschiedenisfreak is dit boek een lekkernij. WO2 wordt praktisch altijd verteld vanuit het oogpunt van de overwinnaar, in ons geval het Brits/Amerikaans perspectief. Wat weten we nu precies van de strijd in het oosten? Ja, Stalingrad, Moskou, misschien de slag om Charkov (het waren er drie!) en de opstand van Warschau. Maar Kolberg deed bij mij geen belletje rinkelen. Dankzij Kevin, heb ik een levendig beeld gekregen van de stad die een symbolische waarde voor de nazi’s vertegenwoordigde.

Het boek is opgedeeld in vijf delen, die elke meerdere hoofdstukken hebben. Achtereenvolgens wordt een beeld geschetst van de onstaansgeschiedenis van de stad; hoe deze uitgroeide tot geliefd kuuroord; de totstandkoming van de film; de ondergang van Kolberg in maart 1945 en hoe de stad na de oorlog langzaam transformeerde tot haar huidige vorm. Kolberg verdiende haar plaats in de Duitse (lees: Pruisische) geschiedenis door het verzet tegen de Franse legers in 1807. Waar andere steden door de Fransen veroverd werden, lukte dit bij Kolberg niet. Dankzij de verdediging van Kolberg werden Gneisenau en Nettelbeck legendarische namen. Toen de nazi’s aan de macht kwamen werden oude helden weer in oude luister hersteld. Hitler noemde een van zijn slagschepen de ‘Gneisenau’ en Goebbels greep het verzet van de stad aan om er een ronkende publieksfilm van te maken. De aangewezen regisseur kreeg carte blanche om flink uit te pakken. En dat deed hij. Manschappen, figuranten, werklui, paarden en materiaal werden aan de oorlogsinspanning onttrokken. Het project liep daardoor flinke vertraging op en de film werd pas in januari 1945 uitgebracht. Tegen die tijd hadden de inwoners van Duitsland wel iets anders aan hun hoofd dan een plezierig avondje in de bioscoop. De film flopte volledig.

Kevin Prenger beschrijft stap voor stap hoe de stad uitgroeide van een schamel nederzetting tot een weldadig kuuroord. In maart 1945 hoopte de nazitop dat Kolberg net als in 1807 de strijd tegen de Bolsjewisten zou kunnen weerstaan. Het was ijdele hoop. Nadat de Russische stoomwals verder trok, bleef er een rokende puinhoop achter. Kevin laat de lezer deze strijd meebeleven. Hij heeft verslagen van oud-bewoners opgeduikeld en door hun relaas krijgen we een goed beeld hoe de verovering verliep. Hoewel vele vluchtelingen Kolberg per trein of schip konden verlaten, haalde de Sovjets ze later alsnog in. De overlevenden kwamen uiteindelijk terecht in wat later de DDR werd.

Kevin Prenger heeft werkelijk veel onderzoek verricht om dit verhaal naar boven te halen. Tot in detail weet hij gebeurtenissen te beschrijven. Zijn werkzaamheden bij TracesOfWar zullen hem hierbij goed van pas zijn gekomen. Dankzij zijn prettige schrijfstijl behoudt het verhaal vaart. Ik heb genoten van de achtergrondinformatie en levensbeschrijvingen. Hoe wreed de geschiedenis ook is, het maakt hem niet minder interessant. Toen de laatste Duitse bewoners in de loop van 1945 uit de vernielde stad verdwenen, werd ook een tijdperk afgesloten. Een periode uit de Duits geschiedenis die voor mij nagenoeg onbekend was. Ik heb genoten van dit boek. In drie dagen heb ik het uitgelezen. Kolberg is een prachtig verhaal.

Nieuw boek over Hitlers laatste propagandafilm en de gelijknamige Duitse stad

Nieuw boek over Hitlers laatste propagandafilm en de gelijknamige Duitse stad

In januari 2020 verscheen het zesde boek van Kevin Prenger, getiteld ‘Kolberg’. Het vertelt de geschiedenis van Hitlers laatste propagandafilm en de opkomst en ondergang van een Duitse stad.

30 januari 1945: de geallieerden hebben het Duitse Ardennenoffensief afgeslagen en bereiden zich voor op de Rijnoversteek. Het Rode Leger heeft de Wehrmacht verdreven uit Polen en is 70 kilometer verwijderd van Berlijn. In de door zware bombardementen geteisterde Duitse hoofdstad vindt de première plaats van Hitlers laatste propagandafilm.

‘Kolberg’ is de titel, vernoemd naar de Duitse kuurbadplaats in Pommeren die in 1807 vier maanden standhield toen ze werd belegerd door Napoleon. Standhouden, dat is de boodschap die propagandaminister Joseph Goebbels wil overbrengen op de kijker anno 1945. ‘Kolberg’ is op dat moment de duurste speelfilm ooit gemaakt in Duitsland. Duizenden medewerkers, figuranten en paarden werden tijdens de opnamen onttrokken aan de oorlogsinzet.

De stad Kolberg zelf wordt begin 1945 overstroomd door burgers uit Pruisen die op de vlucht zijn voor het oprukkende Rode Leger. Het zal niet lang duren voordat de stad opnieuw belegerd wordt. Anders dan in 1807 resulteert dit in de ondergang van de Duitse stad.

het boek is verkrijgbaar als paperback en als hardcover bij elke (online) boekhandel.

‘Kerstmis onder vuur’ alom positief beoordeeld

‘Kerstmis onder vuur’ alom positief beoordeeld

Recent verschenen verschillende recensies van mijn boek ‘Kerstmis onder vuur‘. Hieronder enkele fragmenten en verwijzingen naar deze besprekingen.

Wat Cees leest / Cees van Rhienen:

Deze lezer is de auteur uitermate dankbaar voor de samenstelling van dit menselijke en regelmatig zelfs onmenselijke verhaal waar, ondanks de onwenselijke situatie waar het in is gebeurd, zoveel waardevolle, aangrijpende en mooie scenes bijeen zijn gebracht.
‘Kerstmis onder vuur’ is een echte aanrader om te lezen, zowel voor oud als jong

Leesje.nl:

‘Kerstmis onder vuur’ biedt een schat aan informatie over Kerstmis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een boek wat veel inzicht geeft en dat je, door de persoonlijke verhalen, nog lang bij zal blijven.

J.K. Leest / Jan Koster:

‘Kerstmis onder vuur’ is een mooie aanvulling op het enorme aantal boeken dat over de Tweede Wereldoorlog is geschreven. Enerzijds komt dat door het specifieke van Kerstmis in oorlogstijd, anderzijds door de mooie mix van persoonlijke verhalen en het beschrijven van de grote lijnen van die verschrikkelijke periode in de geschiedenis. Het grote aantal bronverwijzingen en noten maken het tot een zeer compleet werk.

Over Boeken / Evelien de Nooijer:

Per oorlogsjaar geeft Prenger een bijna schematisch overzicht van wat er overal werd gegeten (als er tenminste eten was), wat er werd gezongen (het is opvallend hoe ver de secularisatie is doorgedrongen – iedereen kende toen bijna ‘Stille nacht’) en welke kadootjes er al dan niet onder de (vaak geïmproviseerde) kerstboom lagen. Natuurlijk zijn de individuele verhalen daaromheen het indrukwekkendst.

Vorig jaar verschenen ook al enkele recensies van dit boek. Hieronder een overizcht:

TracesOfWar.nl / John Smeets:

Kevin Prenger is er in geslaagd om met zijn boek ‘Kerstmis onder vuur’ een prima beeld te schetsen van de kerstdagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vooral de vele persoonlijke verhalen van betrokkenen en de aandacht voor interessante details boeien van de eerste tot de laatste pagina. De verschillen, maar ook de overeenkomsten, tussen verschillende landen en hun regimes komen duidelijk tot uiting. Opvallend is ook dat de kerstgedachte op individueel niveau helemaal niet zo veel verschilde; of je nou Duitser was of Amerikaan. En dat is dan wellicht ook het wrangste van alles, omdat juist gedurende de kerstperiode, vooral in het laatste oorlogsjaar, gigantisch veel menselijk leed is aangericht.

NBD Biblion / René Dellemann:

‘Kerstmis onder vuur’ is een sprekende titel van een helder geschreven boekwerk propvol historische feiten en persoonlijke verhalen over hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog Kerst werd beleefd. ‘Aan het front, thuis en in de kampen’ staat op de omslag bij een illustratie van een kerstman in legeruniform. De auteur laat burgers, soldaten en gevangenen aan het woord, overal ter wereld waar de oorlog woedt – in een schuilkelder in Berlijn, een metrostation in Londen, een concentratiekamp, aan boord van marineschepen, in Birma en Boedapest – en hij belicht hoe tussen 1939 en 1945 er toch Kerst gevierd wordt.

Oorlogsboekenreviews / Annabel Junge

Wat ‘Kerstmis onder vuur’ zo boeiend maakt, is, behalve de goede verteltrant, de brede opzet. De verhalen gaan over burgers, soldaten (vooral de Oostfrontsoldaten) en kampgevangenen. Ze zijn ontroerend, vervullen de lezer met ontzetting of zijn leerzaam. Een extra lading dankt dit boek aan de persoonlijke verhalen van Wolfhilde von König, dochter van een Wehrmachtssoldaat, en de doktersvrouw uit de Achterhoek die Prenger als een rode draad door het boek laat lopen.

Muizenest / Frans van den Muijsenberg

De verhalen hoe toen door de soldaten op het slagveld de kerstsfeer was, worden rijkelijk gelardeerd met anekdotes over hoe de stemming was bij de toenmalige wereldleiders en hoe onbekende personen aan beide kanten met de steeds slechter wordende situatie omgingen.

Surfing Ann’s Boeken Blog:

‘Kerstmis onder vuur’ van Kevin Prenger is een heel interessant boek dat laat zien hoe er kerst in de Tweede Wereldoorlog werd gevierd. Hoe men ondanks de oorlog toch probeerde om kerst te vieren met alles wat daarbij hoort.

Historiek.net / Enne Koops

Prengers informatieve boek staat boordevol interessante verhalen over hoe militairen kerst vierden aan het front, maar ook hoe in de concentratiekampen – al dan niet stiekem – kerstvieringen werden gehouden.

Verwacht: nieuw boek over de propagandafilm en Duitse stad Kolberg

Verwacht nieuw boek over de propagandafilm en Duitse stad Kolberg

In 2020 verschijnt het zesde boek van Kevin Prenger, getiteld ‘Kolberg’. Het gaat over Hitlers laatste propagandafilm en de opkomst en ondergang van de gelijknamige Duitse stad in het voormalige oosten van het Duitse Rijk.

30 januari 1945: de geallieerden hebben het Duitse Ardennenoffensief afgeslagen en bereiden zich voor op de Rijnoversteek. Het Rode Leger heeft de Wehrmacht verdreven uit Polen en is 70 kilometer verwijderd van Berlijn. In de door bombardementen zwaar geteisterde Duitse hoofdstad vindt de première plaats van Hitlers laatste propagandafilm.

‘Kolberg’ is de titel, vernoemd naar de Duitse kuurbadplaats in Pommeren die in 1807 vier maanden standhield toen ze werd belegerd door Napoleon. Standhouden, dat is de boodschap die propagandaminister Joseph Goebbels wil overbrengen op de kijker anno 1945. Het is op dat moment de duurste speelfilm ooit gemaakt in Duitsland. Duizenden medewerkers, figuranten en paarden werden tijdens de opnamen onttrokken aan de oorlogsinzet.

De stad Kolberg zelf wordt begin 1945 overstroomd door burgers uit Pruisen die op de vlucht zijn voor het oprukkende Rode Leger. Het zou niet lang duren voordat de stad opnieuw belegerd wordt. Anders dan in 1807 zou dit het einde van de Duitse stad inluiden.

Now available: ‘Christmas under Fire, 1944’

Now available: ‘Christmas under Fire, 1944’

How was Christmas celebrated and experienced during 1944, the last year of World War II? This question is answered in the newly published book Christmas under Fire, 1944, written by the Dutch WW2 expert Kevin Prenger.

Bastogne in Belgium, Christmas 1944. Plagued by biting cold and the nerve breaking sound of striking mortar bombs, American soldiers sang Christmas carols. They ate their meagre rations, yearning for well-laid Christmas dinner tables and fried turkey. On the Eastern front, German military assembled to listen to Christmas music on the radio, if they had a little respite from the bloody battle against the advancing Red Army. After having read the latest mail from Germany, they wiped away a tear or two, thinking of their families back home.

In liberated Paris as well as in other European cities, Christmas was celebrated, how limited the circumstances may have been sometimes. In the major cities in the western part of the Netherlands, occupied by the Germans, civilians scraped the very last bits of food together for a Christmas dinner that could not appease their hunger. POWs dispersed all over the world looked forward to Christmas parcels from home. Even in Nazi concentration camps, inmates found hope in Christmas, although their suffering continued inexorably.

“Christmas under fire” tells about the circumstances in which Christmas was celebrated in the last full year of World War II by military, civilians and camp inmates alike. In the midst of the violence of war, Christmas remained a hopeful beacon of western civilization.

ISBN: 9781087410616